Hoe dodelijk kan een mens zijn.................?

Je hebt sneldenkers en sneldichters. Ik behoor tot geen van beide categorieën. Ik ben een trage wat dat aangaat. Ik heb niet snel een antwoord klaar. Altijd weer verschijnt er aan mijn geestesoog een landschap van lijnen, verbanden, associaties, worden er vragen gewekt en komen er ongerijmdheden op. Behalve wanneer het over smaak gaat, zeg ik er volledigheidshalve bij.

En nu er een indringend virus rondwaart en ik me afvraag wat ik allemaal kan doen zorgt het opruimen van lades en kasten ervoor dat ik teruggezet word in de tijd. Die had ik nog bewaard dus, die dichtbundel uit mijn puberteit. Vooruit, eentje dan met als titel: 'Bij de dood van professor K'.

 

Bij de dood van professor K.

Zijn hele leven had hij aan de mus gewijd,

jedoch wist hij niet dat juist dit beestje nu zijn graf beschijt.

 

Een sneldicht zou je denken. Niets is minder waar. Ik herinner me hoe ik vanaf mijn 12e 's nachts een schriftje en een pen op mijn nachtkastje had liggen. Steeds kwamen er 's nachts zinnen bij me op die ik dan opschreef in mijn schriftje. Ik herinner me hoe ik aan die gedichten schaafde en schuurde. Dit woord wel en dat woord niet. De moeite die het me kostte.

Toen ik van de week deze bundel met gedichten weer herlas dacht ik met terugwerkende kracht: 'Wel aardig, maar niet bijzonder'. Net als de Spaanse gehaktballen van mijn partner dacht ik er meteen bij. Jaren geleden, we hadden pas verkering, had mijn partner zijn uiterste best gedaan om Spaanse gehaktballen voor me klaar te maken. Toen hij aan me vroeg wat ik van zijn gehaktballen vond zei ik: 'Wel aardig, maar niet bijzonder'. Een dodelijke opmerking, omdat ik hiermee al zijn liefdevolle inspanningen teniet deed.

Gelukkig heb ik door deze opmerking niet iets blijvends stuk gemaakt van lichaam, ziel of geest. Ik troost me met de gedachte dat er meningen, keuzes, opvattingen, handelingen en smaken zijn die oneindig veel meer stuk maken op deze wereld. Zoals bijvoorbeeld het advies van een vooraanstaand iemand om bleekmiddel te injecteren bij het soldaat maken van een gevaarlijk virus. Niet mijn smaak, bleekmiddel, dacht ik meteen. Wel machtig, maar niet gezond.

Teruggeplaatst in de tijd, tussen lades en kasten in, overviel me een moment van overpeinzing.

Ik dacht aan al die liefdevolle inspanningen waar geen eerbied voor was. Ik dacht aan de mus die zich postuum was gaan roeren. Ik dacht aan machtig, maar niet gezond en dat je met bleekmiddel niet mag spotten. Ik dacht aan het nut van het opruimen van lades en kasten en dat je daar niet al te geringschattend over moet doen. Ik dacht aan welke akelige consequenties ons handelen kan hebben en wie hiervoor de rekening betaalt. En hoe door verloop van tijd het dodelijke in de mens nog indringerder duidelijk wordt.